Rapporten, examenperiodes en oudercontacten

Visie op Evaluatie in GO! Erasmusatheneum Deinze

1.(Eva)l(u)eren om te leven

Het doel van ons onderwijs is expliciet het ontwikkelen van de totale persoonlijkheid van elke jongere die bij ons school loopt. Een ambitieus plan.

Wij vinden dat evaluatie en feedback daarin een cruciale rol spelen. Onderzoek (Marzano, Hattie) beklemtoont keer op keer dat feedback, positieve bekrachtiging de belangrijkste motor voor het leren is.  

Evalueren zien wij dus als een integraal onderdeel van een kwaliteitsvolle leerbegeleiding die jongeren moet toelaten zich te ontplooien tot volwassenen die weten waar ze sterk in zijn, beschikken over die vaardigheden en attitudes om dat te tonen en om zichzelf steeds opnieuw te verbeteren.

Met onze evaluaties moeten wij het leerproces van de leerling in kaart brengen en sturen, op basis daarvan het eigen pedagogisch – didactisch handelen onder de loep nemen en indien nodig bijsturen, de gegevens verzamelen die nodig zijn om te attesteren en een onderbouwd advies geven inzake studio oriëntatie.

2. Wat betekent dit binnen onze school?

2.1 Sturen van het leerproces van de leerling

  • Wij willen breed observeren: vak- en ook niet-vakgebonden vaardigheden en attitudes in kaart brengen. Net daarom willen we ook alle partners bij dit proces betrekken: de jongere zelf, de klasgenoten, de leerkrachten en de ouders.
  • Wij willen dat leerlingen, op basis van duidelijke en voor hem relevante leerplandoelen een zicht krijgen op de af te leggen weg en op zijn mogelijkheden om de ene of andere weg te kiezen. Stemt zijn studiekeuze inderdaad overeen met zijn verwachtingen, met zijn talenten?
  • Voor de leerlingen moet feedback in de eerste plaats duidelijk maken waar hij goed in is en zo specifiek mogelijk duiden waar en vooral ook hoe minder sterke aspecten kunnen verbeterd worden.
  • Wij willen dat de klasgenoten daarin een rol spelen door peerevaluatie. Daarom willen wij onze werkvormen activerend maken, niet enkel om alle leerlingen bij het leerproces te betrekken, maar ook om onmiddellijke feedback, ook tijdens het leerproces, te realiseren.

2.2 De leerkracht reflecteert over zijn eigen pedagogisch - didactisch handelen

We willen een zicht krijgen op de leerstijl van de jongere. Met welke leerstijl haalt hij of zij het beste rendement? Dit vraagt vanuit de leerkracht reflectie op en het bijsturen van zijn pedagogisch- didactisch handelen.  Didactiek, evaluatie, feedback en remediëring moeten afgestemd worden op de leerlingen in de klas. Dit vraagt doorgedreven differentiatie in werkvormen, evaluatiemethodes en vormen van feed-back.

2.3 Verzamelen van gegevens om te oriënteren en te adviseren

Aan de hand van diezelfde evaluatie, weet de leerling of hij verder kan naar het volgende leerjaar, of hij toegang krijgt tot hoger onderwijs of bekwaam is om zich kandidaat te stellen voor het beroep van zijn keuze.

De leerling ervaart waarin hij sterk is, waar zijn kwaliteiten en talenten liggen, ontdekte nieuwe interesses, werkpunten. Op basis daarvan kan hij breder onderbouwd een keuze maken naar volgende jaren toe en heeft ook het team een beter inzicht gekregen in wat aansluit bij de leerling.

Als leraren kennen wij die leerplandoelen en weten we welke kennis, vaardigheden en attitudes er toe doen om verder te studeren, om verder als professional aan het werk te gaan. Door leerlingen dagelijks aan het werk te zien, willen wij, aan de hand van een waaier aan evaluatievormen de juiste feedback geven. Deze evaluatievormen zijn uiteraard afgestemd op de leerdoelen en het pedagogisch – didactisch handelen.

Dit betekent niet dat wij enkel willen focussen op wat (nog) niet gerealiseerd is, maar veeleer, op basis van de reeds verworven competenties  de verdere mogelijkheden en beperkingen van de leerling willen duiden. Naast een zichtbaar eindproduct willen wij ook het leerproces observeren, evalueren en bijsturen waar nodig.

2.4 Het verzamelen van gegevens om te attesteren

Tot slot zal een team van leraren erover beslissen of de leerling al dan niet  kan doorstromen, of de leerling al dan niet het juiste studietraject volgt.

Voor ons is de  cirkel pas écht rond als we er in slagen om ook de ouders zoveel mogelijk bij het evaluatieproces te betrekken. Ouders hebben een unieke en brede kijk op de ontwikkeling van hun jongere. Zij hebben minimaal recht op duidelijke en transparante informatie.  Bovendien willen wij aan de hand van veelvuldige en open gesprekken met ouders onze leraren helpen om hun beeld van de leerling te verruimen en te nuanceren.

Bovendien is evaluatie niet enkel de belangrijkste motivator voor leerlingen, het is ook de motor voor de interne kwaliteitsontwikkeling binnen een school.

Het is de taak  van de school en van elke individuele leraar apart om, o.a. op basis van die evaluatiegegevens, ook zichzelf te evalueren. Is dit de juiste didactische aanpak voor deze leerlingen? Worden de leerplandoelen correct geïnterpreteerd, sluit de didactische aanpak en evaluatiemethode voldoende aan om te kunnen komen tot een geïntegreerde evaluatie? Regelmatig overleg over de vakken heen maakt het mogelijk  om ook van elkaar te leren wat bij welke leerling werkt. Binnen de vakgroepwerking willen we erover waken dat leerlingen over de jaren heen stap voor stap kunnen groeien in zelfstandigheid. Wij willen jongeren zover brengen dat ze uiteindelijk eigen doelen kunnen stellen, zelf relevante criteria opstellen en aan de hand daarvan zichzelf evalueren en bijsturen.

Tot slot moet ook de school zelf  zich voortdurend in vraag stellen: vertaalt zij de doelen op de juiste manier? Begeleiden wij alle leerlingen op de juiste manier? Leggen wij inderdaad de juiste klemtonen?  Door alle beschikbare gegevens: de resultaten van leerlingen, hun welbevinden, hun verdere studie- of professionele loopbaan, de indrukken van ouders regelmatig te bundelen en kritisch te evalueren willen wij als school ook onszelf breed observeren en bijsturen.

2.5 Visie op gespreid evalueren

Gespreid evalueren betekent dat we geen examens organiseren, meer leer-/lestijd winnen en kort op de bal gaan spelen inzake feed-back, feed-up en feed-forward.  De leerling wordt betrokken in zijn leerproces, krijgt verantwoordelijkheid en tegelijk ook begeleiding om hierin te groeien. Als leraren peilen we voortdurend naar het rendement van ons didactisch handelen door doelgerichte vragen te stellen aan de leerling. Tegelijk observeren we het leergedrag van de leerling en passen we ons eigen didactisch handelen aan aan wat de leerling nodig heeft. Vanuit onze visie op gespreid evalueren plannen we geen examens in de B-stroom en BSO. Alle leerplandoelen worden getoetst via toetsen, observaties, zelfevaluaties, … In het tweede jaar van de A-stroom worden leerlingen stapsgewijs voorbereid op het afleggen van examens, wat nodig is, gezien zij doorstromen naar richtingen met een dubbele finaliteit en doorstroomrichtingen.

We hebben ruimer dan voordien aandacht voor feedback. Dit betekent dat we eindigen in een resultaat met een punt en dat we meer aandacht hebben voor commentaar en bijsturingen van leerlingen. O.a. de open klassenraden vinden plaats binnen dit proces maar ook het gerichte en constructieve feedback-geven na afgewerkte gehelen of delen binnen klascontext vallen hieronder. Waar voordien instructie gevolgd werd door evaluatie, vallen instructie en evaluatie nu deels samen. De leerlingen leren terwijl ze geëvalueerd worden, de leraar evalueert terwijl de leerlingen leren.

De bedoeling van gespreide evaluatie is om het verwerkingsproces van de leerplandoelen continu over het schooljaar op te volgen. Onmiddellijk feedback over vorderingen en moeilijkheden van de leerlingen maakt hier deel van uit. Als leraar zorgen we op basis hiervan voor re-teaching, andere ondersteuning of remediëring op maat van de leerling. Tevens krijgt de leerling nog beter zicht op het eigen leerproces.

Er wordt zowel aan product- als aan procesevaluatie gedaan. Onder productevaluatie verstaan we korte toetsen en herhalingstoetsen die dienen om te meten of de leerling de leerstof heeft bereikt. Procesevaluatie omvat taken, oefeningen, evaluatie van de tussenstappen bij het realiseren van het leerdoel, evaluatie van de medewerking en andere leerattitudes. In kader van leerattitudes steken we als extrinsieke motivator het SODA-attest en gordels in.  Alles wat onder procesevaluatie valt, dient om na te gaan hoe het leerproces bij de leerling verloopt en het aanleerproces van de leraar al dan niet aanslaat.

Vanuit het ABC van de motivatie werken we aan een groeiende vorm van autonomie voor de leerling in zijn leerproces. Elk individu ervaart de nood om zelf controle uit te oefenen, eigen keuzes te maken en zelfredzaam te zijn. Dit geldt evenzeer voor leerlingen. Ze worden gemotiveerd als ze hun leerproces zelf mee kunnen bepalen, als ze ondersteuning krijgen als dat nodig is, zonder betutteld te worden. Hij of zij is eigenaar en heeft de touwtjes zelf in handen. Zelfevaluatie, peerevaluatie, evaluatie van pedagogisch – didactisch handelen vereist een respectvol en positief leef – en leerklimaat, een gevoel van verbondenheid. Iedereen wil ergens bij horen, positieve relaties met anderen onderhouden en zich gesteund, gerespecteerd en waardevol voelen. Op school is het belangrijk dat leerlingen een positief netwerk opbouwen met andere leerlingen en met de leerkracht. Daarom is een veilig klasklimaat met positieve interacties tussen de leerlingen erg belangrijk. Verbondenheid slaat ook op onderlinge betrokkenheid en de behoefte om samen ergens voor te gaan. Competentie verwijst naar de basisbehoefte van iedereen om zich bekwaam te voelen. Voor de leerlingen betekent dit dat ze zich (algemeen) succesvol willen ervaren bij de uitdagingen op school. De leerkracht kan aan dit competentiegevoel werken door te zorgen voor positieve leerervaringen. Dit kan concreet door te zorgen voor structuur, duidelijkheid, gepaste uitdagingen, haalbare tussendoelen en constructieve feedback.

3.Organisatorisch

Het schooljaar is op te delen in 5 periodes van ongeveer 35 dagen. Dit resulteert in een tussentijds dagelijks werk  (TT1) midden oktober, gekoppeld aan (open) klassenraden en een oudercontact. DW1 wordt afgesloten na de laatste lesdag voor de kerstvakantie, opnieuw gekoppeld aan klassenraden en een oudercontact.  Tussentijds Dagelijks werk 2 (TT2) zal dan te situeren zijn rond eind februari, midden maart, met klassenraad en oudercontact.  Het definitieve Dagelijks Werk 2 wordt afgesloten na de laatste lesdag van juni. Dit gaat gepaard met een delibererende klassenraad en een oudercontact.

Gedurende deze periodes zijn alle resultaten te volgen op Skore. Leraren vullen resultaten regelmatig in en maken deze zichtbaar naar ouders en leerlingen van zodra zij feedback hebben gegeven in de klas. Indien remediëring werd gegeven, dan noteren zijn een “R” bij commentaar. De remediëringsopdracht wordt via de papieren agenda meegedeeld of via een bericht naar lln en ouders (co-accounts) in smartschool.

De tussentijdse rapporten zijn een overzicht van al deze punten met “vakcommentaar”:

  • waar staat de leerling,

  • wat is reeds goed,

  • waaraan moet gewerkt worden en

  • hoe moet daaraan gewerkt worden binnen een bepaald tijdspad.

Het rapport in december en juni is een rapport waar  de cijfers van DW1 en DW2 zullen staan. De klassenraad formuleert een algemeen commentaar. Per vak wordt ook een vakcommentaar geformuleerd.